ECLI:NL:GHLEE:2012:BV8846
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vordering tot opheffing erfdienstbaarheid en herstelkosten weg tussen buren
Partijen zijn eigenaren van aangrenzende percelen met een erfdienstbaarheid van weg uit 1962 ten behoeve van het heersend erf. Appellante vorderde in eerste aanleg herstel van de weg, verwijdering van zandhopen en opheffing van de erfdienstbaarheid. De rechtbank wees deze vorderingen af en kende een verbod toe aan geïntimeerden om de weg te blokkeren.
In hoger beroep bestreed appellante de afwijzing van haar vorderingen tot opheffing van de erfdienstbaarheid en vergoeding van herstelkosten. Het hof oordeelde dat de opheffing van de erfdienstbaarheid niet mogelijk is op grond van artikel 165 Overgangswet Pro, omdat de erfdienstbaarheid reeds in 1962 bestond. Ook wijziging op basis van onvoorziene omstandigheden werd verworpen, omdat de vermeende toename van zwaar verkeer onvoldoende was onderbouwd.
Ten aanzien van de herstelkosten stelde het hof vast dat geïntimeerden slechts beperkte schade erkenden en direct herstel aanboden, maar appellante dit zonder goede grond weigerde. Hierdoor kon zij geen vergoeding vorderen voor herstel onder aanzienlijk ongunstigere voorwaarden. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde appellante in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen tot opheffing van de erfdienstbaarheid en vergoeding van herstelkosten af.