2. Tussen partijen staat het volgende vast.
2.1. Partijen zijn gezamenlijk - ieder voor de onverdeelde helft - eigenaar van een vijftal appartementsrechten, tezamen bestaande uit een gebouw met bedrijfsruimten en woningen met erf, staande en gelegen aan de [adres 1]/[adres 2] te [plaats] (hierna ook wel: de onroerende zaak).
2.2. [geïntimeerde] wenst verdeling van de gemeenschap. Blijkens de leveringsakte van 30 september 1999, waarbij partijen de juridische eigendom hebben verkregen, geldt tussen partijen, wanneer zij geen overeenstemming hebben weten te bereiken met betrekking tot de vraag wie het onverdeelde aandeel van de ander mag kopen, een verlotingsprocedure. Tot een verloting is het niet gekomen. Daarop heeft [geïntimeerde] een kort gedingprocedure geëntameerd. Partijen hebben ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van 30 augustus 2011 een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarna [geïntimeerde] het kort geding heeft ingetrokken.
2.3. De vaststellingsovereenkomst van 30 augustus 2011 vermeldt (voor zover relevant) het volgende:
"1. Partijen hebben de waarde van de in de considerans genoemde onroerende zaak vastgesteld op een bedrag van € 850.000,00. [appellant] heeft tot 27 september 2011 24.00 uur het recht de helft van [geïntimeerde] voor een bedrag groot € 425.000,00 te kopen en dat (via zijn advocaat) aan [geïntimeerde] kenbaar te maken. Indien [appellant] voor dat tijdstip niet of afwijzend beslist, zal [geïntimeerde] de helft van de onroerende zaak voor € 425.000,00 van [appellant] kopen. In beide gevallen zal de levering uiterlijk op 1 oktober 2011 ten overstaan van mr. J.J. Lambeck te Groningen plaatsvinden.
2. [geïntimeerde] zal binnen twee dagen na ondertekening van deze overeenkomst de huurcontracten met betrekking tot de onroerende zaak in kopie aan [appellant] afgeven, zodat hij nader kan onderzoeken of financiering mogelijk is.
(…)
5. Indien [geïntimeerde] de helft van de onroerende zaak van [appellant] koopt, is de huurovereenkomst met betrekking tot het door hem gehuurde appartement (Kerkstraat 1b) per 1 oktober 2011 geëindigd en zal [appellant] er voor zorgen dat dat appartement alsdan leeg en bezemschoon wordt opgeleverd."
2.4. Op 27 september 2011 heeft mr. M.P. Venema, als kandidaat-notaris verbonden aan De Haan Advocaten en Notarissen te Groningen, partijen een ontwerpakte van levering toegezonden, waarbij [geïntimeerde] zijn aandeel in de onroerende zaak aan [appellant] overdraagt.
2.5. De raadsman van [geïntimeerde] [de voorzieningenrechter spreekt abusievelijk van [appellant]] heeft mr. Venema voornoemd bij brief van 28 september 2011 bericht dat partijen zijn overeengekomen de akte voor notaris mr. Lambeck te Groningen te passeren, zodat geen reactie zal worden gegeven op het concept.
2.6. Namens [geïntimeerde] heeft mr. Lambeck [appellant] tot twee keer uitgenodigd om op 30 september 2011 aan de levering aan één van beide partijen mee te werken. [appellant] heeft laten weten de financiering niet op orde te kunnen krijgen en is op 30 september 2011 niet verschenen.
2.7. Mr. Lambeck heeft van dat niet verschijnen van [appellant] een zogenaamde akte van non-comparitie opgesteld.