ECLI:NL:GHLEE:2012:BW1656
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid incidentele vordering tot voeging wegens ontbreken partijstatus
In deze zaak heeft het Gerechtshof Leeuwarden op 10 april 2012 uitspraak gedaan over een incidentele vordering tot voeging van zaken door [eiser in het incident]. Deze vordering werd prijsgegeven ten gunste van een vordering tot voeging wegens connexiteit van zaken, maar het hof oordeelde dat deze vordering eerst kan worden ingesteld nadat de verzoeker partij is geworden. Omdat [eiser in het incident] afstand had gedaan van zijn partijstatus, werd hij niet-ontvankelijk verklaard.
Het hof verwees tevens naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat vorderingen in verschillende procedures hun zelfstandigheid behouden en dat rolvoeging niet automatisch leidt tot partijstatus in de andere zaak. De procedures met nummers 200.090.854 en 200.098.479 waren reeds op de rol gevoegd, waardoor het procesverloop op elkaar wordt afgestemd om tegenstrijdige beslissingen te voorkomen.
Ten slotte werd [eiser in het incident] veroordeeld in de kosten van het incident, vastgesteld op € 894,00 aan advocaatkosten aan de zijde van [appellant, verweerder in het incident]. De hoofdzaak werd verwezen naar de rol van 1 mei 2012 voor het indienen van de memorie van grieven door [appellant, verweerder in het incident].
Uitkomst: De incidentele vordering tot voeging van [eiser in het incident] wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van partijstatus.