ECLI:NL:GHLEE:2012:BW4174
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging ontneming schone lei wegens verzwijging inkomsten kinderen tijdens schuldsaneringsregeling
In deze zaak gaat het om het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zwolle-Lelystad dat appellant de schone lei is ontnomen op grond van artikel 358a van de Faillissementswet. De rechtbank oordeelde dat appellant haar schuldeisers aanzienlijk heeft benadeeld door niet te melden dat haar meerderjarige kinderen gedurende een groot deel van de schuldsaneringsregeling inkomsten uit arbeid genoten en door geen kostgeld van hen te vragen.
Het hof bevestigt dat indien de rechter-commissaris hiervan op de hoogte was geweest, een ander vrij te laten bedrag zou zijn vastgesteld, waardoor appellant een hoger bedrag aan de boedelrekening had moeten afdragen, minimaal €14.000,-. Appellant kon zich niet verschuilen achter het feit dat de bewindvoerder haar niet nogmaals op de kostgeldverplichting had gewezen.
Het hof sluit zich aan bij de gronden van de rechtbank en oordeelt dat de tekortkoming van appellant van zodanige aard is dat deze niet buiten beschouwing kan blijven. Het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd, het verzoek tot uitvoerbaarheid bij voorraad en de kostenvergoedingen worden afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de schone lei van appellant wordt ontnomen wegens benadeling van schuldeisers door verzwijging van inkomsten van haar kinderen.