ECLI:NL:GHLEE:2012:BW4726
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de rechtmatigheid van bpm-heffing op gebruikte auto in het licht van het EG-Verdrag en evenredigheidsbeginsel
Belanghebbende kocht in Duitsland een gebruikte Volkswagen Golf Variant en deed in 2009 aangifte bpm met toepassing van forfaitaire afschrijving. De Inspecteur stelde na bezwaar de bpm op een lager bedrag vast op basis van ANWB-koerslijsten. De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar en stelde de bpm nog lager vast, waarbij zij de Inspecteur veroordeelde tot proceskostenvergoeding in de beroepsfase.
In hoger beroep betoogde belanghebbende dat de bpm-heffing in strijd is met artikelen 2, 3 lid 1, 14 en 23 van het EG-Verdrag en dat het evenredigheidsbeginsel is geschonden, omdat de bpm een registratieheffing zou zijn die niet hoger mag zijn dan de kosten van registratie. Het hof oordeelde dat de bpm een belasting is en geen retributie, en dat het systeem van bpm-heffing en registratie niet in strijd is met het EG-Verdrag of het evenredigheidsbeginsel.
Verder bevestigde het hof het oordeel van de rechtbank over de juiste inkoopwaarde en afschrijving en wees het verzoek om proceskostenvergoeding in de bezwaarfase af, omdat geen aan de Inspecteur te wijten onrechtmatigheid was vastgesteld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd zonder toekenning van proceskostenvergoeding in de bezwaarfase.