ECLI:NL:GHLEE:2012:BW5307
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Arrest over aard vordering gemeenschappelijke steeg en inschrijving hoger beroep in rechtsmiddelenregister
In deze zaak staat centraal of het hoger beroep tegen een vonnis betreffende de eigendom van een gemeenschappelijke steeg ontvankelijk is, waarbij de vraag speelt of inschrijving in het rechtsmiddelenregister vereist is. De rechtbank had geoordeeld dat geïntimeerde eigenaar is van de steeg en de vorderingen van appellant afgewezen.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze verklaring voor recht. Geïntimeerde voerde verweer dat het hoger beroep niet ontvankelijk is wegens het ontbreken van verplichte inschrijving in het rechtsmiddelenregister op grond van artikel 3:27 lid 2 BW Pro en artikel 433 Rv Pro, omdat de verklaring voor recht bijzondere positieve kracht heeft.
Het hof overweegt dat een verklaring voor recht op grond van artikel 3:27 BW Pro positieve werking heeft tegenover derden en daarom inschrijving in het rechtsmiddelenregister vereist is. Echter kan een verklaring voor recht ook op grond van artikel 3:302 BW Pro worden gevorderd, die alleen tussen partijen werkt en geen inschrijving vereist.
Het hof stelt dat het moet worden vastgesteld welke grondslag voor de verklaring voor recht wordt beoogd en geeft appellant de gelegenheid zich hierover uit te laten. De zaak wordt verwezen naar de rol voor het nemen van een akte, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het hof houdt de beslissing aan en verwijst de zaak voor nadere toelichting over de aard van de vordering en ontvankelijkheid van het hoger beroep.