ECLI:NL:GHARN:2008:BG1502
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van Wijland-Kalkman
- Van der Beek
- Wattendorff
- Rechtspraak.nl
Beoordeling erfdienstbaarheid van weg en procedurele ontvankelijkheid hoger beroep
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of er een erfdienstbaarheid van weg bestaat ten laste van het perceel van appellanten ten behoeve van geïntimeerden, en of het hoger beroep ontvankelijk is ondanks niet-tijdige inschrijving van de dagvaarding in het rechtsmiddelenregister. Het hof stelt vast dat de primaire vordering van geïntimeerden moet worden uitgelegd als een vordering tot verklaring voor recht op grond van artikel 3:302 BW Pro, die alleen werking heeft tussen partijen en hun rechtsopvolgers, en niet als een vordering met bijzondere positieve kracht tegenover derden zoals bedoeld in artikel 3:27 BW Pro.
Het hof komt terug op een eerdere beslissing in het tussenarrest en oordeelt dat de niet-tijdige inschrijving van de appeldagvaarding in het rechtsmiddelenregister niet leidt tot niet-ontvankelijkheid van appellanten in hun hoger beroep. Dit omdat het hof van oordeel is dat het tussenarrest berustte op een onjuiste juridische grondslag en dat heroverweging mogelijk is om een ondeugdelijke einduitspraak te voorkomen.
Ten aanzien van het ontstaan van de erfdienstbaarheid overweegt het hof dat geen sprake is van een erfdienstbaarheid door bestemming, maar wel van een buurweg op grond van artikel 719 oud Pro BW. Het langdurige, ongestoorde gebruik van de uitweg door geïntimeerden en hun rechtsvoorgangers gedurende bijna veertig jaar leidt tot een vermoeden van een (bestemming tot) buurweg, waartegen appellanten worden toegelaten tot tegenbewijs.
Het hof wijst tevens op de procedurele bepalingen voor het getuigenverhoor ten behoeve van het tegenbewijs en houdt verdere beslissing aan totdat dit bewijs is geleverd. De zaak wordt verwezen naar een rolzitting voor nadere afstemming van het bewijsproces.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep ontvankelijk en laat appellanten toe tot tegenbewijs tegen het vermoeden van een buurweg, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.