ECLI:NL:GHLEE:2012:BX1954
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing van de kwijtingsbepaling in de Duisenbergregeling bij effectenleaseovereenkomst
Appellante sloot in 2000 een effectenleaseovereenkomst met Bank Labouchere, later Dexia, die voortijdig werd beëindigd. De Duisenbergregeling, collectief bindend verklaard via de WCAM-beschikking van het Hof Amsterdam, is van toepassing. Appellante werd aangesproken door Varde Investments, rechtsopvolger van Dexia, tot betaling van een restschuld. In eerste aanleg werd appellante veroordeeld tot betaling en haar vordering tot vrijwaring tegen de tussenpersoon [X] afgewezen.
In hoger beroep stelde appellante dat de tussenpersoon niet volledig vrijgesteld kon worden op grond van artikel 6:14 BW Pro en de Duisenbergregeling. Het hof oordeelde dat de kwijtingsbepaling in artikel 14 van Pro de WCAM-overeenkomst weliswaar kwijting verleent aan Dexia en verbonden partijen, maar dat artikel 14.3 een beperking inhoudt waarbij de tussenpersoon als mede-hoofdelijk aansprakelijke niet geheel vrijuit gaat. Het hof verwierp de stelling dat artikel 14.3 geen derdenbeding zou zijn en bevestigde dat de tussenpersoon zelfstandig een beroep op dit beding kan doen.
Het hof overwoog dat zowel Dexia als de tussenpersoon tekort zijn geschoten in de voorlichting en dat de schade mede aan appellante zelf is toe te rekenen. Op basis van jurisprudentie werd een verdeling van 60% voor Dexia en de tussenpersoon en 40% voor appellante aangehouden. De tussenpersoon werd veroordeeld tot betaling van de helft van dat bedrag, zijnde €1.899,69, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 15 februari 2008. De proceskosten werden gecompenseerd, ieder draagt zijn eigen kosten.
Uitkomst: De tussenpersoon wordt veroordeeld tot betaling van €1.899,69 plus wettelijke rente aan appellante wegens gedeeltelijke aansprakelijkheid.