ECLI:NL:GHLEE:2012:BX7426
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- A. Sekeris
- J. Dijkstra
- M. van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Sanctie voor gebruik van vluchtstrook op autosnelweg na bord einde autosnelweg
In deze zaak gaat het om een hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Breda, die op 7 april 2011 een beroep van de betrokkene gegrond verklaarde. De betrokkene had een administratieve sanctie van € 240,- opgelegd gekregen voor het onterecht gebruik maken van de vluchtstrook op de autosnelweg A58. De gedraging vond plaats op 15 april 2010, waarbij de betrokkene na het passeren van het verkeersbord G2 (einde autosnelweg) de vluchtstrook zou hebben gebruikt om drie stilstaande voertuigen te passeren. De officier van justitie ging in hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter, die oordeelde dat de betrokkene niet in overtreding was omdat hij meende dat de snelweg na het bord G2 eindigde.
Het gerechtshof Leeuwarden heeft de zaak beoordeeld en vastgesteld dat de betrokkene de vluchtstrook had gebruikt, ondanks zijn argument dat hij de doorgetrokken streep slechts met de rechterwielen had overschreden. Het hof oordeelde dat de omstandigheden die de betrokkene aanvoerde, zoals het bevorderen van de doorstroming en veiligheid, niet als noodgeval konden worden aangemerkt volgens artikel 43, derde lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990). Het hof concludeerde dat de beslissing van de kantonrechter niet in stand kon blijven en verklaarde het beroep van de betrokkene ongegrond.
De uitspraak benadrukt de betekenis van verkeersborden en de regels die gelden op autosnelwegen, zelfs na het passeren van een bord dat het einde van de autosnelweg aangeeft. Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter en legde de oorspronkelijke sanctie opnieuw op, waarmee het de noodzaak van het naleven van verkeersregels onderstreepte.