ECLI:NL:GHLEE:2012:BX9901
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid executeur voor onrechtmatig onttrekken gelden aan nalatenschap
In deze zaak gaat het om de aansprakelijkheid van een executeur die gelden uit de nalatenschap van een erflaatster onttrok voor eigen gebruik. De nalatenschap betrof onder meer de opbrengst van een woning ter waarde van €106.246,78, gestort op een gezamenlijke bankrekening. De executeur verrichtte diverse kas- en geldautomaatopnames van deze rekening, waarna de rekening werd geblokkeerd.
De kantonrechter verleende de executeur ontslag als executeur. De erfgenamen vorderden een verklaring voor recht dat de executeur onrechtmatig handelde door gelden onttrokken te hebben, toepassing van art. 3:194 lid 2 BW Pro, en een schadevergoeding van €86.000. De rechtbank oordeelde dat de executeur onrechtmatig handelde en dat art. 3:194 lid 2 BW Pro van toepassing was, waardoor hij zijn aandeel in de nalatenschap had verbeurd, en veroordeelde hem tot betaling van €70.000.
In hoger beroep stelde de executeur onder meer dat hij het bedrag slechts bij benadering had erkend en dat de toepassing van art. 3:194 lid 2 BW Pro onjuist was. Het hof oordeelde dat de executeur gebonden was aan zijn erkenning van €70.000 en dat hij onrechtmatig had gehandeld. Echter, het hof verwierp de toepassing van art. 3:194 lid 2 BW Pro omdat niet was voldaan aan het vereiste van opzettelijk verborgen houden van goederen voor mede-erfgenamen. In plaats daarvan werd art. 3:184 lid 1 BW Pro toegepast, waardoor de executeur veroordeeld werd tot betaling van €59.500 aan de mede-erfgenamen, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Executeur wordt veroordeeld tot betaling van €59.500 aan mede-erfgenamen wegens onrechtmatig onttrekken van gelden aan nalatenschap.