ECLI:NL:GHLEE:2012:BY1198
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kansspelbelastingheffing op prijzen pokertoernooien Texas Hold’em
Belanghebbende nam in 2002 deel aan pokertoernooien in Frankrijk, Oostenrijk en de Verenigde Staten en won prijzen ter waarde van €44.669. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag kansspelbelasting op, die door de Rechtbank deels werd vernietigd. In hoger beroep stond centraal of Texas Hold’em poker als kansspel moet worden aangemerkt, of de heffing van kansspelbelasting over buitenlandse pokertoernooien in strijd is met het Unierecht, en of het vertrouwensbeginsel heffing in de weg staat.
Het Hof bevestigde dat poker, ook in toernooivorm, een kansspel is conform de Wet op de kansspelbelasting en de Beschikking casinospelen 1996. Het oordeel van de Hoge Raad werd gevolgd dat de meerderheid van de spelers niet zodanige invloed heeft op het resultaat dat het karakter van kansspel ontbreekt. Het Hof stelde vast dat de heffing over buitenlandse pokertoernooien ongunstiger is dan over binnenlandse, wat een belemmering vormt van het vrije verkeer van diensten volgens artikel 56 VwEU Pro.
Omdat de Inspecteur geen objectieve, evenredige rechtvaardiging voor dit onderscheid kon geven, achtte het Hof de heffing in strijd met het Unierecht. Het Hof kon de maatstaf van heffing niet zelf vaststellen wegens gebrek aan gegevens en beperkte daarom de heffing tot de prijs gewonnen in de Verenigde Staten. Het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat niet aannemelijk was dat belanghebbende mocht vertrouwen op het niet heffen van kansspelbelasting. De naheffingsaanslag werd verminderd tot €264 en de Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De naheffingsaanslag kansspelbelasting wordt verminderd tot €264 wegens strijd met het Unierecht, en de Inspecteur wordt veroordeeld in de proceskosten.