ECLI:NL:GHSGR:1995:AA4465
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.L. Krans
- J.W. Ilsink
- J.T. Sanders
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag loonbelasting wegens niet-toepassing faciliteit zeevaart
Belanghebbende, de enige beherend vennoot in vier maatschappen die het loodsen van schepen verzorgen, kreeg een naheffingsaanslag loonbelasting opgelegd over december 1992. De Inspecteur handhaafde deze naheffing na bezwaar, omdat belanghebbende geen aanspraak kon maken op de faciliteit voor de zeevaart zoals bedoeld in artikel 17, lid 4, van de Wet op de loonbelasting 1964.
Belanghebbende voerde aan dat het vervoer van registerloodsen met loodsvaartuigen en tenders onderdeel is van een zeescheepvaartbedrijf en dat de faciliteit daarom toepasselijk is. De Inspecteur stelde dat het loodswezen en belanghebbende niet als zeescheepvaartbedrijf kunnen worden aangemerkt en dat toepassing van de faciliteit in dit geval strijdig is met doel en strekking van de wet.
Het Hof oordeelde dat het vervoer van registerloodsen wezenlijk verschilt van commerciële koopvaardij en dat belanghebbende geen mondiaal opererend zeescheepvaartbedrijf is. Ook de nauwe relatie tussen belanghebbende en de registerloodsen, die aandeelhouders en vennoten zijn, maakt het vervoer economisch gezien eigen vervoer. Het geringe vervoer voor derden is onvoldoende om de situatie anders te beoordelen.
Daarom kan belanghebbende geen aanspraak maken op de faciliteit voor de zeevaart en is het beroep ongegrond. Het Hof bevestigde de uitspraak van de Inspecteur en legde geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag loonbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.