ECLI:NL:GHSGR:1999:AA4081
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- In't Velt-Meijer
- De Brauw
- Heikens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aanspraak op thuiszorg en financieringsverantwoordelijkheid van de Staat
Appellanten, verzekerden op grond van de AWBZ, vorderden in kort geding dat de Staat maatregelen zou treffen om de gevraagde thuiszorg daadwerkelijk te verlenen, nadat zij door thuiszorginstellingen op een wachtlijst waren geplaatst wegens vermeend gebrek aan middelen.
De rechtbank wees deze vordering af, waarna appellanten hoger beroep instelden met vijf grieven. Het hof overweegt dat de AWBZ en aanverwante wetgeving bepalen dat de zorgverzekeraars verantwoordelijk zijn voor het verlenen van thuiszorg en niet de Staat. Hoewel de Staat het macrokader en voorschotten vaststelt, is de toedeling van middelen aan zorgverzekeraars en instellingen wettelijk geregeld zonder directe bemoeienis van de Staat.
Het hof oordeelt dat appellanten geen rechtstreekse aanspraak op de Staat kunnen maken om financiering te garanderen en dat het ontbreken van budgetten binnen het wettelijke systeem een risico is dat primair bij de instellingen en zorgverzekeraars ligt. De vordering wordt daarom afgewezen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: De vordering van appellanten tot het treffen van maatregelen door de Staat om thuiszorg te verlenen wordt afgewezen.