ECLI:NL:GHSGR:2000:AA8948
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Von Brucken Fock
- Oosterhof
- Stoker-Klein
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vergoeding proceskosten na vrijspraak en veroordeling in cocaïne-invoerzaak
Verzoeker was in twee strafzaken betrokken die door het hof werden gevoegd: één met betrekking tot meerdere invoerfeiten van cocaïne tussen 1989 en 1992, en een andere met een invoerfeit in 1997. In eerste aanleg werden de zaken afzonderlijk behandeld en vonnissen gewezen. Het hof voegde de zaken samen in hoger beroep en sprak verzoeker vrij in de eerste zaak, terwijl hij in de tweede zaak werd veroordeeld tot elf jaar gevangenisstraf.
Verzoeker stelde een verzoek in tot vergoeding van proceskosten op grond van artikel 591 en Pro 591a Sv, stellende dat de zaak zonder veroordeling was geëindigd. Het hof oordeelde echter dat de zaak als geheel nog niet was geëindigd omdat het cassatieberoep tegen de veroordeling in behandeling was bij de Hoge Raad.
Het hof benadrukte dat in hoger beroep het rechtsgeding betrekking heeft op alle feiten die onder de betrokken parketnummers vallen en dat het begrip 'zaak' in dit verband verwijst naar de onder een parketnummer gerubriceerde feiten. Gezien het lopende cassatieberoep kon niet worden vastgesteld dat de zaak onherroepelijk was geëindigd zonder strafoplegging.
Daarom verklaarde het hof het verzoek tot vergoeding van proceskosten niet-ontvankelijk. De beschikking werd uitgesproken door de raadsheren Von Brucken Fock, Oosterhof en Stoker-Klein op 12 december 2000.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vergoeding van proceskosten wegens lopend cassatieberoep.