ECLI:NL:GHSGR:2000:BK4578
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Koning
- De Gooijer
- Van Leuven
- Rechtspraak.nl
Verlenging ondertoezichtstelling na afloop termijn niet toegestaan
De minderjarige was sinds 1995 onder toezicht gesteld, waarbij de ondertoezichtstelling telkens werd verlengd. De laatste verlenging liep tot 23 december 1999. De gezinsvoogdij-instelling diende op 29 oktober 1999 een verzoek in tot verlenging voor een jaar, maar de kinderrechter in Utrecht verklaarde zich onbevoegd en verwees de zaak naar de rechtbank te 's-Gravenhage. Deze rechtbank verlengde de ondertoezichtstelling met terugwerkende kracht tot 15 september 2000.
De moeder kwam in hoger beroep tegen deze verlengingen en stelde dat de ondertoezichtstelling op 23 december 1999 van rechtswege was geëindigd omdat niet tijdig op het verlengingsverzoek was beslist. Het hof oordeelde dat de wet niet voorziet in verlenging van een ondertoezichtstelling na afloop van de termijn en dat een dergelijke verlenging niet met terugwerkende kracht kan plaatsvinden.
Daarnaast constateerde het hof dat de moeder zich positief had ontwikkeld en dat de redenen voor de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing waren komen te vervallen. De bestreden beschikkingen werden vernietigd en het hof verklaarde de gezinsvoogdij-instelling niet-ontvankelijk in haar verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling. De ondertoezichtstelling eindigde derhalve op 23 december 1999.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling niet-ontvankelijk en vernietigt de verlengingsbeschikkingen.