ECLI:NL:GHSGR:2003:AG1686
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Schuurman
- Vonk
- Visser
- Rechtspraak.nl
Waardevaststelling onroerende zaak met monumentenstatus en bestemmingsplanbeperkingen
Het geschil betreft de waardebepaling van een onroerende zaak die is ingeschreven als beschermd monument en valt onder een strikt bestemmingsplan. Belanghebbende stelt dat de zaak niet verkocht kan worden vanwege het monumentenbeleid en gebruiksbeperkingen, waardoor de waarde nihil zou zijn. De Inspecteur stelt dat de waarde ƒ 40.000.000 bedraagt, gebaseerd op de veronderstelling dat een gegadigde bereid is te kopen.
Het hof overweegt dat de wettelijke waarderingsgrondslag uitgaat van een fictie van overdraagbaarheid en gebruik, ongeacht feitelijke beperkingen zoals het Besluit van 15 juli 1980 dat het gebruik aan een specifieke gebruiker toewijst. Het hof acht het standpunt van belanghebbende dat verkoop onmogelijk is, onverenigbaar met deze fictie.
Verder acht het hof aannemelijk dat het gemeentebestuur bereid is mee te werken aan een bestemmingswijziging, waardoor het gebruik als representatieve kantoorruimte mogelijk wordt. Dit betekent dat de vigerende bestemmingsvoorschriften voor de waardebepaling kunnen worden genegeerd. De stelling dat de instandhoudingskosten te hoog zijn, is onvoldoende onderbouwd.
Daarom concludeert het hof dat de waarde van de onroerende zaak op ƒ 40.000.000 moet worden vastgesteld en verklaart het beroep van belanghebbende ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de waarde van de onroerende zaak wordt vastgesteld op ƒ 40.000.000.