ECLI:NL:GHSGR:2003:AI5638
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Fasseur-van Santen
- Kiers-Becking
- Ottevangers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake auteursrechtinbreuk en informatievrijheid bij openbaarmaking Scientology-werken
In deze civiele procedure vorderde Scientology c.s. dat providers en [F] werden verboden auteursrechtelijk beschermde werken, waaronder OT II, OT III en Ability, zonder toestemming openbaar te maken of te verveelvoudigen. Het geschil betrof de vraag of deze werken rechtmatig openbaar waren gemaakt en of het auteursrecht kon worden gehandhaafd tegen de openbaarmaking op websites.
Het hof stelde vast dat Scientology c.s. rechthebbende zijn op de auteursrechten van de genoemde werken en dat deze werken een oorspronkelijk karakter hebben. Echter, de werken OT II en OT III waren in het verleden binnen de Scientology-gemeenschap verspreid en tijdelijk via een Amerikaanse rechtbankbibliotheek publiekelijk beschikbaar, zonder toestemming van Scientology. Dit leidde tot de conclusie dat de werken niet rechtmatig openbaar waren gemaakt in de zin van artikel 15a Auteurswet.
Daarnaast voerde [F] aan dat haar openbaarmaking en citaten op haar website vielen onder het citaatrecht en de vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM Pro). Het hof oordeelde dat het belang van informatievrijheid en het publieke belang bij openbaarheid van deze informatie zwaarder wegen dan het auteursrecht in deze bijzondere omstandigheden. Het gevorderde inbreukverbod werd daarom afgewezen, en ook de providers werden niet gehouden tot verwijdering of blokkering van de informatie. De kosten van het geding werden aan Scientology c.s. opgelegd.
Uitkomst: De vorderingen van Scientology c.s. tegen providers en [F] worden afgewezen wegens het zwaarder wegen van informatievrijheid boven auteursrecht.