ECLI:NL:GHSGR:2003:AN8088
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Biemond
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waardering onroerende zaak volgens Wet waardering onroerende zaken
Belanghebbende, gebruiker en genothebbende van een driekamerappartement in een flatgebouw op de vijfde woonlaag, betwistte de door de Inspecteur vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 1999. De Inspecteur had de waarde vastgesteld op €193.743, terwijl belanghebbende een lagere waarde van €154.285 aanvoerde, onder meer gebaseerd op de verkoopprijs van een vergelijkbaar appartement.
De Inspecteur stelde dat het vergelijkingsobject in onvoltooide staat was verkocht en dat de waarde moest worden bepaald naar de staat van de woning per 1 januari 2001, de beginperiode van het belastingtijdvak. Ter onderbouwing overhandigde hij een taxatierapport van een gediplomeerd WOZ-taxateur, die de waarde op de waardepeildatum op €193.743 taxeerde.
Het hof oordeelde dat de Inspecteur voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde van de woning ten minste €193.743 bedroeg, mede gelet op artikel 19 van Pro de Wet waardering onroerende zaken. Het hof vond dat de vergelijkingsobjecten qua ligging, bouwjaar en onderhoud vergelijkbaar waren en dat rekening was gehouden met verschillen zoals grootte en ligging. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de WOZ-waarde van €193.743 en verklaart het beroep ongegrond.