ECLI:NL:GHSGR:2003:AO4247
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Savelbergh
- Van Walderveen
- Pijl
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de waarde van zakelijke goodwill bij inbreng maatschapsaandeel in BV
Belanghebbende, accountant en lid van een maatschap, bracht zijn maatschapsaandeel in een besloten vennootschap in. Bij de vaststelling van de waarde van dit aandeel werd een bedrag aan goodwill van 1.057.000 gulden opgevoerd, gebaseerd op een percentage van de omzet. De Inspecteur betwistte dit en stelde dat er slechts sprake was van persoonsgebonden goodwill en hooguit een waarde van 50.000 gulden voor naamsbekendheid en kantoororganisatie kon worden toegekend.
Het geschil betrof de vraag of en in welke mate niet-persoonsgebonden goodwill aanwezig was die overdraagbaar was bij de inbreng. Het hof overwoog dat alleen een vergoeding voor zakelijke goodwill die niet persoonsgebonden is, kan worden toegekend en dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van overwinstcapaciteit boven een marktconforme beloning voor arbeid en kapitaal.
Daarnaast oordeelde het hof dat de maatschapsovereenkomst beperkingen bevatte die overdracht van het aandeel en vergoeding van goodwill aan derden belemmerden, waardoor de goodwill niet vrij overdraagbaar was. Het hof stelde de waarde van de zakelijke goodwill vast op 50.000 gulden, zoals door de Inspecteur gesteld, en corrigeerde de aanslag dienovereenkomstig. Tevens veroordeelde het hof de Inspecteur in de proceskosten en bepaalde dat het griffierecht aan belanghebbende wordt vergoed.
Uitkomst: Het hof stelde de waarde van de zakelijke goodwill vast op 50.000 gulden en corrigeerde het belastbare inkomen dienovereenkomstig.