ECLI:NL:GHSGR:2004:AO2525
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Raadkamer
- De Vries
- De Boer
- Herstel
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzoek vergoeding advocaatkosten in beklagprocedure artikel 12 Sv
In deze zaak verzocht de beklaagde vergoeding van kosten voor juridische bijstand in een beklagprocedure ex artikel 12 van Pro het Wetboek van Strafvordering. Het beklag betrof een beslissing van het Openbaar Ministerie om geen strafrechtelijk onderzoek in te stellen naar aanleiding van een aangifte van smaad.
Het hof oordeelde dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat er geen wettelijke basis bestaat voor vergoeding van advocaatkosten in een artikel 12 Sv Pro-procedure. Anders dan in een strafzaak, waarbij de overheid het initiatief neemt en bij een onterechte vervolging vergoeding kan worden toegekend, is het initiatief in een beklagprocedure afkomstig van een belanghebbende partij. Hierdoor ontbreekt de ratio voor vergoeding door de staat.
Het hof wees tevens op het ontbreken van een regeling in de artikelen 12 tot en met 13a Sv en dat eerdere jurisprudentie die vergoeding toestond op extensieve interpretatie was gebaseerd. Het hof verwierp deze interpretatie en benadrukte dat een artikel 12 Sv Pro-procedure geen strafzaak is en niet onder het begrip 'zaak' in artikel 591a Sv valt.
Daarom werd het verzoek afgewezen en de beklaagde niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot vergoeding van advocaatkosten.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van advocaatkosten in beklagprocedure ex artikel 12 Sv wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke grondslag.