ECLI:NL:GHSGR:2004:AO7390
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Reinking
- Van Strien
- Van den Berg
- Rechtspraak.nl
Veroordeling werkgever voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen wegens tewerkstelling zonder vergunning
De verdachte werd in eerste aanleg vrijgesproken van overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), maar het Openbaar Ministerie stelde hoger beroep in. Het hof stelde vast dat de term werkgever in de Wav een zelfstandige, ruime betekenis heeft en dat het feitelijk laten verrichten van arbeid voldoende is om als werkgever te worden aangemerkt, ongeacht een arbeidsovereenkomst of gezagsverhouding.
In deze zaak verrichtten meerdere vrouwen arbeid binnen het bedrijf van de verdachte, waarbij de omzet direct samenhing met hun werkzaamheden. De verdachte gaf aanwijzingen over gedrag, hygiëne en medische controle, wat het hof overtuigde dat de verdachte als werkgever in de zin van de Wav kan worden beschouwd. Het verweer dat voor een van de vrouwen geen vergunning nodig was vanwege een Italiaans verblijfsdocument werd verworpen.
Het hof verklaarde bewezen dat de verdachte viermaal de Wet arbeid vreemdelingen heeft overtreden door vreemdelingen zonder vergunning arbeid te laten verrichten. Gezien de onduidelijkheid over de toepassing van de Wav ten tijde van de feiten legde het hof voorwaardelijke geldboetes op van elk 900 euro, met een proeftijd van twee jaar. Het vonnis van de rechtbank werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot vier voorwaardelijke geldboetes van elk 900 euro wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.