ECLI:NL:GHSGR:2004:AR3621
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Savelbergh
- Van Walderveen
- Engel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing risicoreserve en concernfinancieringswinst in vennootschapsbelasting 1997
Belanghebbende, een naamloze vennootschap die als hoofdkantoor fungeert binnen een fiscale eenheid, vormde voor het jaar 1997 een risicoreserve op grond van artikel 15b van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. De Inspecteur corrigeerde de aangifte, onder meer door valutaverliezen niet volledig tot de concernfinancieringswinst te rekenen, hetgeen leidde tot een hogere aanslag.
Het geschil betrof de uitleg van artikel 15b, eerste lid, onderdeel b, ten eerste, van de Wet, met name of valutaverliezen die niet tot een belaste onttrekking aan de reserve hebben geleid, toch buiten de concernfinancieringswinst moeten blijven. Belanghebbende stelde dit, de Inspecteur verwierp dit standpunt.
Het Hof overwoog dat de tekst en wetsgeschiedenis geen steun bieden voor de stelling van belanghebbende. Alleen verliezen die feitelijk hebben geleid tot een belaste onttrekking aan de reserve vallen buiten de concernfinancieringswinst. De parlementaire geschiedenis en de systematiek van de wet ondersteunen deze uitleg. Complexe herrekeningen zijn inherent aan de regeling, maar niet onredelijk.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 31 augustus 2004 in het openbaar uitgesproken door het Gerechtshof ’s-Gravenhage.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag vennootschapsbelasting 1997 wordt bevestigd.