ECLI:NL:GHSGR:2005:AT3175
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Dupain
- Boele
- Van Waesberghe
- Rechtspraak.nl
Minimumjeugdloonregeling voor 13- en 14-jarigen in strijd met discriminatieverbod
FNV c.s. vorderden een verklaring voor recht dat de weigering van de Staat om het minimumjeugdloon uit te breiden naar jongeren van 13 en 14 jaar in strijd is met internationale verdragsbepalingen, waaronder art. 26 IVBPR Pro. De Staat verdedigde het leeftijdsonderscheid met het oog op bescherming van jongeren tegen schooluitval door arbeid.
Het hof oordeelde dat hoewel het doel legitiem is, de Staat onvoldoende heeft aangetoond dat het onderscheid proportioneel is. De Staat stelde dat 13- en 14-jarigen slechts beperkt en onder toezicht werken en niet zelfstandig in hun levensonderhoud voorzien, maar faalde om aan te tonen dat het doel niet ook met minder ingrijpende middelen kan worden bereikt.
Het hof wees erop dat de Arbeidstijdenwet en nadere regelingen al grenzen stellen aan kinderarbeid en dat verscherpte controle mogelijk is. Ook was de aanname van de Staat dat invoering van een minimumloon voor deze leeftijdsgroep tot meer arbeidsparticipatie leidt onvoldoende onderbouwd.
Het hof vernietigde het deel van het vonnis waarin de Staat werd bevolen een minimumloon vast te stellen, maar bevestigde de verklaring voor recht dat het niet vaststellen van een minimumloon voor 13- en 14-jarigen in strijd is met art. 26 IVBPR Pro. De kosten werden verdeeld conform de uitkomst.
Uitkomst: Het hof verklaart het niet vaststellen van een minimumjeugdloon voor 13- en 14-jarigen in strijd met art. 26 IVBPR, vernietigt het bevel tot wetgeving, en bekrachtigt het vonnis voor het overige.