ECLI:NL:GHSGR:2005:AT3917
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kramer
- Van Dissel
- Bruinsma
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs omkoping en visumvervalsing Nederlandse ambassadeur in Peking
De verdachte was van september 1996 tot juli 2000 werkzaam als Hoofd Algemene en Consulaire Zaken op de Nederlandse ambassade te Peking. Kort voor zijn vertrek vroeg hij een Chinese tussenpersoon om bemiddeling bij het plaatsen van zijn vriendin op een groepsreislijst bij de Chinese staatsreisorganisatie CITS. Tijdens een diner met betrokkenen, betaald door CITS, werden visumaanvragen getoond, waaronder die van zijn vriendin.
De verdachte droeg visumaanvragen over aan zijn opvolgster en handelde samen met haar de aanvragen af, waarbij visumstickers werden aangebracht. Het openbaar ministerie stelde dat de verdachte zich had laten omkopen met het plaatsen van zijn vriendin op de lijst, het diner en een voetmassage, met het oog op het verkrijgen van medewerking bij visumverlening.
Het hof oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond dat de verdachte wist dat deze giften werden gedaan met het doel hem te bewegen tot het afgeven van visa. Ook was de verdachte bevoegd om visa te verlengen, zodat het handmatig aanpassen van het visum van zijn vriendin niet strafbaar was als vervalsing. Daarom sprak het hof de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor opzet omkoping en onbevoegdheid visumverlenging.