ECLI:NL:HR:1999:ZD1498
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Davids
- raadsheer Koster
- raadsheer Van Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor passieve ambtelijke omkoping door aannemen gift als burgemeester
In deze strafzaak stond de verdachte, burgemeester van een gemeente, terecht voor het aannemen van een gift van fl. 21.760 van een vennootschap, bedoeld om hem te bewegen deze vennootschap boven concurrenten te begunstigen bij het verlenen van opdrachten. Het hof sprak de verdachte vrij van meerdere tenlasteleggingen, maar veroordeelde hem voor het aannemen van de gift in strijd met zijn ambtelijke plicht.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte had aangenomen dat onder 'wetende dat' in art. 363.1 Sr ook opzet zonder voorwaardelijkheid werd verstaan. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de verdachte het doel van de gift duidelijk moest zijn geweest, gelet op zijn positie en de omstandigheden, zoals het verschil in kavelprijs en het onverwachte accepteren van het lagere bod door de vennootschap.
Verder verwierp de Hoge Raad het cassatieberoep wegens het ontbreken van nieuwe gronden en het niet toekennen van acht aan een aanvullende brief van de raadsman, omdat dit in strijd zou zijn met de goede procesorde. Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor passieve ambtelijke omkoping blijft in stand.