ECLI:NL:GHSGR:2005:AT6484
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Dusamos
- Labohm
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over gebruiksvergoeding en waardering praktijkvennootschap bij echtscheiding
In deze zaak stond een geschil centraal over de vaststelling van de gebruiksvergoeding voor de voormalige echtelijke woning en de waardering van een praktijkvennootschap in het kader van de verrekeningsvordering uit hoofde van huwelijkse voorwaarden.
De man stelde dat de rechtbank ten onrechte een gebruiksvergoeding van €12.000 per jaar had vastgesteld, terwijl de werkelijke kosten van het complex hoger waren. Het hof achtte het redelijk en billijk om de vergoeding vast te stellen op €20.864,90 per jaar, te voldoen in maandelijkse termijnen van €1.738,74. De vrouw kon volgens het hof de gebruiksvergoeding vermijden door de woning te verlaten, ondanks haar stelling van onvoldoende liquiditeiten.
Verder oordeelde het hof dat de waardering van de praktijkvennootschap niet op basis van de DCF-methode (toekomstige kasstromen) kon plaatsvinden, maar op basis van de actuele intrinsieke waarde, gezien de afhankelijkheid van de winstgevendheid van de arbeidsprestatie van de man. Ook werd geoordeeld dat de waardestijging van een appartement dat voorafgaand aan het huwelijk was aangeschaft, niet in de verrekening betrokken hoefde te worden.
Het hof vernietigde het tussenvonnis van de rechtbank voor zover het de gebruiksvergoeding betrof en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere afdoening met inachtneming van de arrestmotieven. De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten droeg.
Uitkomst: Het hof verhoogt de gebruiksvergoeding en bepaalt dat de waardering van de praktijkvennootschap op basis van de actuele intrinsieke waarde moet plaatsvinden.