ECLI:NL:GHSGR:2005:AT9411
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Raadkamer
- M.E. Stoker-Klein
- J.H. In 't Velt-Meijer
- J.H. Stille
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoeken tegen rechters wegens vermeende partijdigheid na e-mailcorrespondentie OM
In deze zaak diende het gerechtshof een wrakingsverzoek te beoordelen dat was gericht tegen de voorzitter en oudste raadsheer van de strafkamer. De wraking werd ingesteld naar aanleiding van een e-mail van de advocaat-generaal aan de voorzitter van de strafkamer, waarin in een post scriptum werd gesuggereerd om een bepaalde raadsheer vanwege haar fiscale achtergrond in de kamer op te nemen.
De verdediging stelde dat hierdoor de schijn van beïnvloeding van de samenstelling van de strafkamer ontstond en dat er mogelijk inhoudelijke communicatie tussen de rechters en het Openbaar Ministerie had plaatsgevonden zonder dat de verdediging daarvan op de hoogte was, wat de onpartijdigheid van de rechters in gevaar zou brengen.
Het hof onderzocht de feiten, waaronder de samenstelling van de strafkamer in twee fases, de inhoud van de e-mails en de verklaringen van de betrokken raadsheren. Het hof concludeerde dat het post scriptum in de e-mail geen rol heeft gespeeld bij de samenstelling van de kamer die de zaak uiteindelijk behandelde. Daarnaast werd vastgesteld dat de raadsheren uit hoofde van hun aanstelling onpartijdig worden vermoed en dat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid bestond.
Daarom wees het hof het wrakingsverzoek af. Tevens werd overwogen dat de vermeende inhoudelijke communicatie tussen het OM en het hof ter kennis van de verdediging was gebracht en ter zitting besproken kon worden, zodat ook op die grond het wrakingsverzoek niet slaagde.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de voorzitter en oudste raadsheer wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.