ECLI:NL:GHSGR:2005:AU2469
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Van Boven
- De Groot
- Le Clercq-Meijer
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen moord op pasgeboren kind met voorbedachte rade
De verdachte heeft samen met zijn vriendin het pasgeboren kind van het leven beroofd door herhaaldelijk gewelddadige handelingen, waaronder het toedekken van de mond, het draaien van het hoofd en het snijden in de keel, waarna het kind in een plastic tas in een gracht werd gedumpt. Het hof acht bewezen dat verdachte medepleegde met voorbedachte rade, ondanks het verweer dat er geen tijd was voor kalm beraad.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen beroep toekomt op de strafverminderingsgrond die de wet aan de moeder toekent bij moord op haar pasgeboren kind onder bijzondere gemoedstoestand, omdat deze grond alleen voor de moeder geldt. Het hof verwierp dit beroep en oordeelde dat verdachte strafbaar is voor medeplegen van moord.
Het hof nam het psychiatrisch rapport van het Pieter Baan Centrum over, waarin verdachte als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar werd beoordeeld vanwege een gestagneerde persoonlijkheidsontwikkeling en middelengebruik. Dit leidde niet tot strafvermindering.
De straf werd verhoogd ten opzichte van de rechtbank, mede vanwege de ernst van het feit, de kwetsbaarheid van het slachtoffer en de eerdere veroordelingen van verdachte. Het hof veroordeelde verdachte tot 9 jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest.
Het arrest werd uitgesproken op 12 september 2005 door het Gerechtshof 's-Gravenhage na hoger beroep tegen het vonnis van 26 november 2004 van de rechtbank.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 9 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van moord op zijn pasgeboren kind met voorbedachte rade.