ECLI:NL:GHSGR:2005:AU3138
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M.E. In 't Velt-Meijer
- Schuering
- L.F.A. Husson
- Rechtspraak.nl
Geen voortzetting arbeidsovereenkomst zonder tegenspraak na afloop bepaalde tijd
Werkneemster trad op 1 augustus 2001 in dienst bij Emergis op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van een jaar. In juni 2002 vonden gesprekken plaats over verlenging, waarbij Emergis een verlenging van twee maanden aanbood. Werkneemster stemde hiermee niet in en gaf aan voortzetting voor onbepaalde tijd te wensen.
Ondanks het feit dat Werkneemster na 31 juli 2002 bleef werken, heeft zij de wijziging van de arbeidsovereenkomst nooit ondertekend. Emergis stelde dat de arbeidsovereenkomst op 30 september 2002 eindigde en betaalde tot 1 oktober 2002 loon. Werkneemster vorderde loonbetaling na deze datum, stellende dat de overeenkomst stilzwijgend was voortgezet.
De rechtbank oordeelde dat de arbeidsovereenkomst niet zonder tegenspraak was voortgezet en wees de vordering af. Het hof bevestigde dit oordeel, overwegende dat het feit dat Werkneemster bleef werken na afloop van de overeenkomst niet betekent dat deze zonder tegenspraak werd voortgezet. De vordering werd afgewezen en Werkneemster werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is niet zonder tegenspraak voortgezet en de vordering tot doorbetaling van loon wordt afgewezen.