ECLI:NL:GHSGR:2005:AU3147
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- In ’t Velt-Meijer
- De Wild
- Van Coeverden
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verplichte deelneming in bedrijfstakpensioenfonds bij managementovereenkomst
In deze zaak staat centraal of Knipscheer, werkzaam als algemeen directeur via zijn management-B.V. Knipham, verplicht is deel te nemen in het bedrijfstakpensioenfonds PGGM. PGGM stelt dat er feitelijk sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen Thuiszorg Rotterdam en Knipscheer, ondanks de formele managementovereenkomst met Knipham. Thuiszorg Rotterdam betwist dit en wijst op de fiscale constructie en de afspraken met de Belastingdienst.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat Knipscheer niet verplicht was deel te nemen in PGGM. PGGM is in hoger beroep gekomen en vordert vernietiging van dat vonnis en afwijzing van de vorderingen van Thuiszorg Rotterdam. Het hof benadrukt dat de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds een strikte uitleg van het begrip arbeidsovereenkomst vereist, omdat de verplichtstelling alleen geldt voor werknemers met een arbeidsovereenkomst.
Het hof wijst op de noodzaak van nadere informatie, waaronder schriftelijke verklaringen van Knipscheer en correspondentie met de Belastingdienst over de fiscale kwalificatie van de managementovereenkomst. De zaak is aangehouden voor het nemen van deze aanvullende stukken. De beoordeling richt zich op de feitelijke verhouding en de juridische kwalificatie van de relatie tussen partijen.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor nadere informatie over de arbeidsrelatie en fiscale kwalificatie.