ECLI:NL:GHSGR:2005:AU3151
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M.E. In ’t Velt-Meijer
- A.H. de Wild
- M.H. van Coeverden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsovereenkomst ondanks managementovereenkomst en stamrecht-B.V.
In deze zaak stond centraal of er ondanks een managementovereenkomst tussen Thuiszorg Rotterdam en de stamrecht-B.V. Knipham sprake was van een arbeidsovereenkomst tussen Thuiszorg Rotterdam en de heer Knipscheer. Het hof overwoog dat niet alleen de bedoeling van partijen bij het sluiten van de overeenkomst van belang is, maar ook de feitelijke uitvoering daarvan.
Het hof stelde vast dat het begrip ondernemer ruim is en dat alleen bij het ontbreken van zelfstandige bedrijfsuitoefening sprake kan zijn van ondergeschiktheid, een vereiste voor het aannemen van een arbeidsovereenkomst. Gelet op de omstandigheden was sprake van ondergeschiktheid van Knipscheer aan Thuiszorg Rotterdam. De door Thuiszorg Rotterdam aangevoerde brief van de belastingdienst ter onderbouwing van het ontbreken van BTW-heffing werd onvoldoende concreet bevonden.
Verder concludeerde het hof dat de managementovereenkomst en de statuten van Thuiszorg Rotterdam meebrengen dat Knipscheer zijn werkzaamheden persoonlijk moest verrichten en dat de betalingen via de loonadministratie een tegenprestatie voor arbeid vormden. Hierdoor was voldaan aan de voorwaarden voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank Rotterdam en wees de vorderingen van Thuiszorg Rotterdam af, waarbij het tevens Thuiszorg Rotterdam in de kosten veroordeelde.
Uitkomst: Het hof bevestigt het bestaan van een arbeidsovereenkomst en wijst de vorderingen van Thuiszorg Rotterdam af.