ECLI:NL:GHSGR:2006:AU9941
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Oosterhof
- Aler
- Heemskerk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in zaak doodslag op ouders met verminderde toerekeningsvatbaarheid
Op 3 april 2004 verloor de verdachte zijn zelfbeheersing tijdens een woordenwisseling met zijn ouders en mishandelde hen herhaaldelijk, wat leidde tot hun overlijden enkele weken later. In eerste aanleg werd hij veroordeeld tot 8 jaar gevangenisstraf, waarna hij hoger beroep instelde.
Het hof heeft het beroep van de raadsman op artikel 6 EVRM Pro verworpen, omdat het hof oordeelde dat de verzoeken tot nader onderzoek onvoldoende gegrond waren. Zo werd het verzoek tot het horen van een getuige en tot een second opinion over de doodsoorzaak afgewezen wegens gebrek aan noodzaak en onvoldoende onderbouwing.
De verdachte werd door het hof schuldig bevonden aan meervoudige doodslag. Het hof hield rekening met een rapport van het Pieter Baan Centrum dat sprak van een persoonlijkheidsstoornis met borderline kenmerken en verminderde toerekeningsvatbaarheid, wat matigend werd meegewogen in de strafoplegging.
Gelet op de ernst van het delict, de herhaalde geweldsexplosies en het feit dat het slachtoffer het hoogste rechtsgoed, het recht op leven, werd ontnomen, achtte het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 jaar passend. De eerdere straf van 8 jaar werd vernietigd en vervangen door deze zwaardere straf.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf voor meervoudige doodslag op zijn ouders met inachtneming van verminderde toerekeningsvatbaarheid.