ECLI:NL:GHSGR:2006:AV1600
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.C. Fasseur-van Santen
- C.J. Verduyn
- S.U. Ottevangers
- Rechtspraak.nl
Executieverbod en terugvordering dwangsom in geschil over geneesmiddelenreclame
Novartis kwam in hoger beroep tegen een vonnis van de voorzieningenrechter dat dwangsommen oplegde aan Sanofi-BMS wegens verboden reclame-uitingen voor geneesmiddelen. De kern van het geschil betrof wie als 'de rechter die de dwangsom heeft opgelegd' moet worden aangemerkt: de voorzieningenrechter of het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Het hof stelde vast dat het gerechtshof te 's-Hertogenbosch in hoger beroep een nieuwe dwangsomveroordeling heeft uitgesproken, met een maximering van €1.000.000,-, en derhalve als de rechter die de dwangsom heeft opgelegd moet worden beschouwd. Dit betekent dat dwangsommen pas na betekening van het arrest op 22 april 2005 zijn verbeurd.
Omdat Novartis niet aannemelijk had gemaakt dat het verbod na die datum was overtreden, is zij geen nieuwe dwangsom verschuldigd. Het reeds betaalde bedrag van €1.000.000,- aan dwangsommen moet aan Novartis worden terugbetaald met wettelijke rente. Het hof verbood Sanofi-BMS tevens de executie van de dwangsommen voort te zetten en veroordeelde hen tot betaling van een dwangsom van €50.000,- per overtreding tot een maximum van €1.000.000,-.
Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep voor zover in conventie en bekrachtigde het voor zover in reconventie. Sanofi-BMS werd veroordeeld in de proceskosten en het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof verbiedt Sanofi-BMS de executie van dwangsommen voort te zetten en veroordeelt hen tot terugbetaling van €1.000.000,- aan Novartis met wettelijke rente.