ECLI:NL:GHSGR:2006:AV5283
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op vergoeding bij beëindiging erfpacht door opzegging door gemeente
In deze civiele zaak stond centraal of de gemeente Rotterdam de erfpacht van twee percelen rechtsgeldig had opgezegd en of de erfpachter aanspraak kon maken op schadevergoeding en een alternatieve locatie.
De erfpachter had het recht van erfpacht op twee percelen die waren uitgegeven voor bepaalde tijd, met toepasselijkheid van de Algemene Voorwaarden. De gemeente had de erfpacht niet verlengd en opgezegd volgens de wettelijke bepalingen van het BW. De erfpachter betwistte dit en vorderde onder meer schadevergoeding en voortgezet gebruik van de percelen.
Het hof oordeelde dat de opzegging rechtsgeldig was omdat de verlengde erfpacht na de einddatum moest worden opgezegd volgens artikel 5:88 en Pro 5:98 BW. De bepalingen over vervallenverklaring uit de Algemene Voorwaarden waren niet van toepassing op de verlengde erfpacht. Daarnaast was de erfpachter geen recht op vergoeding van de waarde van opstallen verschuldigd, omdat artikel 5:99 BW Pro niet van toepassing was op erfpachten die bestonden vóór de invoering van het nieuwe BW.
Ook was de gemeente niet verplicht een alternatieve locatie aan te bieden, omdat geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd die dit vereisten. De gemeente had de erfpachter tijdig geïnformeerd en er was voldoende gelegenheid om een nieuwe locatie te zoeken. De overige grieven, waaronder de stelling dat de gemeente onredelijk had gehandeld, werden eveneens verworpen.
Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de erfpachter in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van de erfpachter af.