ECLI:NL:GHSGR:2006:AW7272
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.V. van den Berg
- J.A. van Kempen
- G.J. Fleers
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak valsheid in geschrift niet-reinigbaarheidsverklaringen wegens onvoldoende bewijs
In deze strafzaak stond de verdachte rechtspersoon terecht wegens valsheid in geschrift met betrekking tot niet-reinigbaarheidsverklaringen die waren opgesteld door personeelsleden op basis van door aanbieders aangeleverde gegevens. De tenlastelegging betrof onder meer onjuiste vermelding van codes, benamingen en percentages in bijlagen bij deze verklaringen.
De verdediging voerde aan dat de dagvaarding niet duidelijk was en dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk moest worden verklaard wegens overschrijding van een redelijke termijn. Het hof oordeelde dat de dagvaarding wel aan de wettelijke vereisten voldeed en dat ondanks de overschrijding van de redelijke termijn het openbaar ministerie ontvankelijk bleef vanwege het belang van normhandhaving.
Het hof stelde vast dat er geen overtuigend bewijs was dat de verdachte of haar personeelsleden opzettelijk onjuiste gegevens hadden ingevuld. Ook was er geen wettelijke definitie die het aanduiden van grondsoorten als vals kon kwalificeren in de betreffende periode. Daarom werd de verdachte vrijgesproken van het tenlastegelegde.
Het hof vernietigde het vonnis van het gerechtshof en deed opnieuw recht, waarbij het de dagvaarding geldig verklaarde, het openbaar ministerie ontvankelijk stelde, maar de verdachte vrijsprak wegens onvoldoende bewijs.
Uitkomst: Verdachte rechtspersoon wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van valsheid in geschrift.