ECLI:NL:GHSGR:2006:AX0348
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- B.A. Stoker-Klein
- A.E. Mos-Verstraten
- J.B. de Krom
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens illegaal verblijf ondanks ongewenstverklaring vreemdeling
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf wegens illegaal verblijf in Nederland terwijl hij ongewenst was verklaard. In hoger beroep stelde de verdediging dat sprake was van overmacht omdat de verdachte risico liep op foltering bij terugkeer naar Somalië en de lopende bezwaarprocedure tegen de ongewenstverklaring uitzetting tijdelijk verhinderde.
Het hof oordeelde dat het risico op foltering niet ter beoordeling stond en dat de verdachte geen overmachtsituatie kon aantonen. De verplichting om Nederland te verlaten bleef bestaan, ook al was uitzetting tijdelijk opgeschort. De verdachte had onvoldoende inspanningen verricht om aan zijn illegale verblijf een einde te maken, zoals vertrek naar een derde land.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en veroordeelde de verdachte tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar en een geldboete van vijftig euro, rekening houdend met de ernst van het feit en persoonlijke omstandigheden.
Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden en een geldboete van vijftig euro wegens illegaal verblijf ondanks ongewenstverklaring.