ECLI:NL:GHSGR:2006:AX8846
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- C.G.M. van Rijnberk
- A.L.J. van Strien
- L.A.J.M. van Dijk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte in hoger beroep wegens te late indiening
Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft op 24 mei 2006 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van verdachte in hoger beroep. Verdachte had het hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank van 30 augustus 2005, maar dit hoger beroep werd pas op 10 november 2005 ingediend, ruim na de in artikel 408, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering voorgeschreven termijn.
De raadsvrouw van verdachte voerde aan dat de termijnoverschrijding niet aan verdachte valt toe te rekenen vanwege zijn disciplinaire afzondering in een isoleercel van 4 september tot 18 september 2005 en de weigering van de penitentiaire inrichting om zijn schriftelijke verklaring voor hoger beroep in ontvangst te nemen en door te zenden. Ondanks deze omstandigheden oordeelde het hof dat geen voldoende verdisculperende omstandigheden waren aangevoerd om het tijdsverloop tussen de weigering en de indiening op 10 november 2005 te rechtvaardigen.
Het hof wees tevens het verzoek af om vier getuigen te horen die zouden kunnen verklaren over de omstandigheden van de termijnoverschrijding, omdat deze verklaringen niet tot een disculpatie konden leiden. Op grond hiervan verklaarde het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder voldoende verontschuldigende omstandigheden.