ECLI:NL:PHR:2008:BC2329
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens termijnoverschrijding door communicatieproblemen en detentieomstandigheden
Verdachte werd op 30 augustus 2005 door de rechtbank veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf. Hij diende zijn hoger beroep echter pas op 10 november 2005 in, ruim na de wettelijke termijn van 14 september 2005. Het hof verklaarde hem niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en wees het verzoek tot het horen van getuigen af die de omstandigheden van de overschrijding konden toelichten.
Verdachte had tijdens zijn detentie in een isoleercel gezeten, sprak geen Nederlands, en had geen effectieve rechtsbijstand. Hij had meerdere pogingen gedaan om zijn advocaat te bereiken en hoger beroep in te stellen, maar dit werd door de penitentiaire inrichting geweigerd. De verdediging stelde dat deze omstandigheden de overschrijding verontschuldigbaar maakten.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte had aangenomen dat de overschrijding niet verontschuldigbaar was zonder nader onderzoek. De weigering van de penitentiaire inrichting om het hoger beroep in ontvangst te nemen mocht niet ten nadele van verdachte strekken. Ook werd gewezen op het recht op toegang tot de rechter zoals verankerd in art. 6 EVRM Pro. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep wegens verontschuldigbare termijnoverschrijding.