ECLI:NL:GHSGR:2006:AY6342
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M.E. in 't Velt-Meijer
- C.G. Beyer-Lazonder
- M.J. van der Ven
- Rechtspraak.nl
Onregelmatigheidstoeslag in vrije tijd is loonbestanddeel bij arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft een geschil tussen een werknemer en zijn werkgever ASVZ over de vraag of de onregelmatigheidstoeslag (ORT), die sinds 1 juli 1996 niet meer in geld maar in vrije tijd werd uitbetaald, moet worden beschouwd als loonbestanddeel bij arbeidsongeschiktheid. De werknemer was fulltime in vaste nachtdienst werkzaam en werd in 2000 arbeidsongeschikt. Hij vorderde dat de ORT in vrije tijd als loon wordt aangemerkt en dat hij de niet betaalde ORT over de periode van arbeidsongeschiktheid vergoed krijgt.
Het hof oordeelde dat het dienstverband van de werknemer na 1 juli 1996 ongewijzigd fulltime bleef, ondanks de omzetting van ORT naar vrije tijd. De ORT in vrije tijd is volgens het hof direct gekoppeld aan de geldelijke vergoeding en vormt daarmee een loonbestanddeel in de zin van artikel 11:2 lid 1 onder Pro a van de cao en de ziektewet. De werkgever heeft ten onrechte de ORT niet meegenomen in de loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid.
Het hof veroordeelde ASVZ tot betaling van het bruto bedrag van €12.787,09 plus een wettelijke verhoging van €3.196,77 en wettelijke rente. Tevens moet ASVZ de pensioen- en uitkeringsgrondslag aanpassen door melding te maken bij PGGM en UWV. Daarnaast is ASVZ gehouden alle schade te vergoeden die de werknemer lijdt door het niet als loon aanmerken van de ORT in vrije tijd. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de vorderingen van de werknemer toe.
Uitkomst: De ORT in vrije tijd is loonbestanddeel en ASVZ moet €12.787,09 plus wettelijke verhoging en rente betalen en pensioen- en uitkeringsgrondslag aanpassen.