ECLI:NL:GHSGR:2006:AY7004
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A. Dupain
- A.H. de Wild
- G. Dulek-Schermers
- Rechtspraak.nl
Conflicterende belangen staatsgeheimen en bronbescherming bij AIVD-onderzoek Telegraafjournalisten
In deze zaak staat het conflict centraal tussen de bescherming van staatsgeheimen en de bevoegdheden van de AIVD enerzijds, en het recht op bronbescherming van journalisten anderzijds. De Telegraaf en haar journalisten ontvingen staatsgeheime documenten van de AIVD en publiceerden hierover. De AIVD startte een onderzoek en zette bijzondere bevoegdheden in tegen de journalisten, die zich hiertegen verzetten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de AIVD het gebruik van bijzondere bevoegdheden jegens de journalisten moest staken, tenzij er nieuwe belastende feiten bekend werden. Het hof bevestigt dat de bijzondere bevoegdheden wettelijk zijn voorzien en in het algemeen belang kunnen worden ingezet, maar benadrukt het zwaarwegende belang van journalistieke bronbescherming en de noodzaak van proportionaliteit en subsidiariteit.
Het hof stelt vast dat de AIVD bijzondere bevoegdheden jegens de journalisten heeft ingezet en dat deze inbreuk op privacy en meningsuiting gerechtvaardigd kan zijn, maar dat voortzetting van deze bevoegdheden jegens journalisten niet proportioneel is zodra de AIVD zich op andere personen kan richten. Het hof verbiedt de Staat om materiaal verkregen via bijzondere bevoegdheden aan het Openbaar Ministerie te verstrekken zolang de toezichthoudende commissie hierover geen oordeel heeft gegeven.
De uitspraak vernietigt het vonnis voor zover het vernietiging van gegevens betreft en legt een verbod op aan de Staat. De overige onderdelen van het vonnis worden bekrachtigd. De kosten van het principale hoger beroep worden gecompenseerd, het incidenteel appel wordt afgewezen met kostenveroordeling voor de Telegraaf c.s.
Uitkomst: Het hof verbiedt de Staat om materiaal verkregen via bijzondere bevoegdheden aan het Openbaar Ministerie te verstrekken zonder oordeel van de commissie en bekrachtigt het vonnis voor het overige.