ECLI:NL:GHSGR:2006:AY7341
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.H.W. de Planque
- E.J. van Sandick
- M.A.F. Tan-de Sonnaville
- Rechtspraak.nl
Toestemming echtgenoot vereist voor borgstelling en voorovereenkomst volgens artikel 1:88 BW
In deze civiele zaak stond centraal of de borgstellingsovereenkomst en de daarbij behorende voorovereenkomst, waarbij [de echtgenoot] zich jegens de bank zou verbinden, zonder toestemming van zijn echtgenote rechtsgeldig waren. [XenY] c.s. hadden aandelen in Infra en waren borg gesteld voor leningen van de bank. Na het beëindigen van hun samenwerking verkocht [XenY] c.s. het merendeel van hun aandelen aan [de echtgenoot] en anderen, waarbij een regeling werd getroffen die wijziging van de borgstelling beoogde.
De rechtbank wees de vorderingen van [XenY] c.s. af, en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat artikel 1:88 lid 1 BW Pro vereist dat een echtgenoot toestemming van de andere echtgenoot moet hebben voor het aangaan van borgstellingen, ook als het gaat om een voorovereenkomst. De uitzondering voor bestuurders die de meerderheid van aandelen houden en handelen binnen de normale bedrijfsuitoefening was hier niet van toepassing.
Daarnaast stelde het hof vast dat de borgstelling vernietigd was door de echtgenote van [de echtgenoot] en dat de brief van vernietiging de juiste rechtshandeling betrof. De grieven van [XenY] c.s. faalden en het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank, met veroordeling van [XenY] c.s. in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van [XenY] c.s. af.