ECLI:NL:GHSGR:2006:AY7476
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Tijnagel
- Savelbergh
- Van Walderveen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling deelnemingsvrijstelling en kostprijs aandelen na omwisseling in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een naamloze vennootschap, was in geschil met de Inspecteur over de vraag of het bezit van aandelen B en de na omwisseling verkregen aandelen A in 2000 een deelneming vormde in de zin van artikel 13, derde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969. Het hof moest tevens bepalen vanaf welke datum dit niet meer het geval was en op welk bedrag de kostprijs van de aandelen A moest worden gesteld.
De Hoge Raad had eerder het oordeel van het Gerechtshof Amsterdam vernietigd en verwezen voor herbeoordeling. Het hof stelde vast dat belanghebbende het bezit aan aandelen B tot aan de omwisseling als deelneming moest aanmerken, maar dat na de omwisseling de aandelen A slechts ter belegging werden gehouden. Dit was onder meer gebaseerd op het ontbreken van enige zakelijke relatie of invloed op A en het voornemen om de aandelen A op korte termijn te vervreemden.
Het hof verwierp het standpunt van de Inspecteur dat de kostprijs van de aandelen A moest worden afgeleid uit de koers van de aandelen B en stelde vast dat de kostprijs moest worden gebaseerd op de slotkoers van het aandeel A op de Amsterdamse beurs op 8 december 2000, de dag waarop het bod gestand werd gedaan. Het afwaarderingsverlies werd vastgesteld op € 5,80 per aandeel, resulterend in een totaal van circa € 6,9 miljoen.
Het hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de Inspecteur, verminderde de voorlopige aanslag en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten. De uitspraak werd op 13 juni 2006 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en de voorlopige aanslag wordt verminderd op basis van een juiste waardering van de aandelen A.