ECLI:NL:HR:2005:AU6907
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over deelnemingsvrijstelling na aandelenomwisseling
Belanghebbende, N.V. X, kreeg voor het jaar 2000 een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting opgelegd, die na bezwaar werd verminderd. Het Hof Amsterdam verklaarde het beroep van belanghebbende ongegrond. Belanghebbende stelde vervolgens cassatie in tegen deze uitspraak.
Het geschil betreft de vraag of na de omwisseling van aandelen in CCC SpA sprake blijft van een gelijkgestelde deelneming volgens artikel 13, lid 3, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, en of de aandelen slechts ter belegging werden gehouden. Het Hof had geoordeeld dat belanghebbende geen verlies mocht nemen uit afwaarderingen van haar belang in CCC, maar had niet onderzocht of de aandelen CCC ter belegging werden gehouden.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof dit aspect onvoldoende heeft gemotiveerd en vernietigt het arrest. De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling, met inachtneming van de overwegingen van de Hoge Raad. Tevens worden proceskosten toegewezen aan belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.