ECLI:NL:GHSGR:2007:BA0761
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M.E. In ’t Velt-Meijer
- M.H. van Coeverden
- T.L. Tan
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werkgever voor psychische schade door stress op het werk
Werknemer was van 1969 tot 1997 in dienst bij ABN AMRO en werd in augustus 1996 arbeidsongeschikt door klachten die volgens een psychiatrisch-psychologisch rapport verband hielden met stress. Hij vorderde schadevergoeding wegens inkomensschade, repatriëringskosten, immateriële schade en incassokosten op grond van artikel 7:658 lid 2 BW Pro.
De rechtbank wees de vorderingen af, behalve een deel van de repatriëringskosten en incassokosten. Het hof vernietigde het vonnis voor zover de repatriëringskosten waren afgewezen en veroordeelde ABN AMRO tot betaling daarvan. De overige vorderingen werden afgewezen omdat onvoldoende was komen vast te staan dat de klachten van werknemer door de werksituatie waren veroorzaakt.
Het hof overwoog dat stress een subjectieve en multifactoriele oorzaak heeft en dat werknemer feiten en omstandigheden moet stellen waaruit blijkt dat zijn klachten door het werk zijn veroorzaakt en niet door andere factoren. Werknemer stelde mismanagement door een nieuwe directeur, maar onderbouwde dit onvoldoende met feiten. Ook was er sprake van een predispositie en lichamelijke klachten voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid.
Daarom was ABN AMRO niet aansprakelijk voor de overige schade. De vordering tot vergoeding van repatriëringskosten werd toegewezen, de overige vorderingen afgewezen. Werknemer werd veroordeeld in de proceskosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Vordering tot repatriëringskosten toegewezen, overige schadevorderingen afgewezen wegens onvoldoende bewijs van causale relatie met werk.