ECLI:NL:GHSGR:2007:BA1578
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A.A. Schuering
- M.J. van der Ven
- T.L. Tan
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens hennepkwekerij in woonruimte
De huurder huurt sinds 23 augustus 2002 een woning van Stichting Woningbedrijf Rotterdam (WBR). Op 17 juni 2004 werd in de kelder van de woning een hennepkwekerij aangetroffen met gedroogde planten en kweeksapparatuur. WBR vorderde daarop ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. De rechtbank wees dit toe bij verstekvonnis, waarna de huurder verzet aantekende, dat ongegrond werd verklaard.
In hoger beroep vordert de huurder vernietiging van de vonnissen en afwijzing van de vorderingen van WBR. Het hof oordeelt dat het gebruik van de kelder als hennepkwekerij niet overeenkomt met de bestemming woonruimte en dat dit gebruik schadelijk is voor het gehuurde en de omgeving. De huurder is tekortgeschoten in zijn verplichtingen als goed huurder.
Het beroep van de huurder op woonbelang en mededelingen van WBR dat ontruiming niet zou worden geëist, worden niet onderbouwd geacht. Het hof verklaart het hoger beroep tegen het verstekvonnis niet-ontvankelijk en bekrachtigt het verzetvonnis, waarbij de huurder wordt veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het verzetvonnis en bevestigt de ontbinding van de huurovereenkomst wegens hennepkwekerij.