ECLI:NL:GHSGR:2007:BB1473
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- W.M.G. Visser
- L.M. Croes
- R. van der Vlist
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep tegen tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling wegens overschrijding beroepstermijn
Appellante werd door de rechtbank 's-Gravenhage op 23 augustus 2006 een schuldsaneringsregeling opgelegd met een looptijd van drieëneenhalf jaar. Op 26 april 2007 beëindigde de rechtbank deze regeling tussentijds op voordracht van de rechter-commissaris wegens het niet nakomen van verplichtingen door appellante, waaronder het niet voldoen aan de sollicitatieplicht, het niet tijdig reageren op informatieverzoeken en het ontstaan van nieuwe schulden.
Appellante stelde hoger beroep in, maar dit verzoekschrift werd pas na het verstrijken van de beroepstermijn ingediend. Zij voerde aan dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat zij onvoldoende was geïnformeerd door haar bewindvoerder over de gevolgen van het vonnis en de mogelijkheid tot hoger beroep. Tevens bracht zij persoonlijke omstandigheden aan, zoals zwangerschap en ziekte.
Het hof overwoog dat appellante tijdig op de hoogte was gesteld van de uitspraak en de beroepstermijn, onder meer via mondelinge mededelingen tijdens de zitting, e-mail en brief van de bewindvoerder. De overschrijding van de beroepstermijn werd daarom niet als verschoonbaar beschouwd. Daarnaast werden de inhoudelijke bezwaren van appellante niet voldoende onderbouwd om het vonnis te vernietigen.
Daarom verklaarde het hof appellante niet-ontvankelijk in haar hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank dat de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigde.
Uitkomst: Appellante is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens niet-verschoonbare overschrijding van de beroepstermijn.