ECLI:NL:GHSGR:2007:BB6366
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M.T. van der Hoeven-Oud
- P.M. Verbeek
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- Rechtspraak.nl
Geen recht op provisie na voortijdige beëindiging meerjarige verzekeringspolissen
Frisia Verzekeringen B.V. was assurantietussenpersoon voor een Vereniging van Eigenaren (VVE) die sinds 1993 bij Aegon verzekerd was met polissen van tien jaar. De VVE wilde de polissen voortijdig beëindigen vanwege een gunstigere aanbieding van een andere verzekeraar. Na bemiddeling door het Klachteninstituut Verzekeringen stemde Aegon in met de omzetting van de tienjarige polissen naar éénjarige contracten, waarna de VVE de verzekeringen opzegde en overstapte naar Centraal Beheer.
Frisia vorderde van Aegon schadevergoeding wegens gemiste provisie over de oorspronkelijke looptijd, stellende dat Aegon onrechtmatig handelde door in te stemmen met de tussentijdse beëindiging. De rechtbank wees de vordering af, en het hof bekrachtigde dit oordeel. Het hof overwoog dat het recht op provisie krachtens de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf (Wabb) vervalt zodra de verzekering ophoudt tot de portefeuille te behoren, ook bij onverplichte tussentijdse beëindiging.
Het hof achtte het belang van de VVE bij verkorting van de polissen en het ontbreken van bezwaren van Frisia doorslaggevend. Daarnaast was het risico van voortijdige beëindiging en het verlies van provisie voor rekening van de assurantietussenpersoon. Frisia had onvoldoende onderbouwd dat overleg met Aegon tot behoud van de klant had kunnen leiden. Daarom was geen sprake van onrechtmatig handelen of toerekenbare tekortkoming door Aegon.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van Frisia af en bevestigt dat Aegon niet gehouden is tot compensatie voor gemiste provisie na voortijdige beëindiging van de polissen.