ECLI:NL:GHSGR:2007:BB6672
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid in verzet wegens bekendheid verstekvonnis
In deze civiele zaak vorderde geïntimeerde dat appellanten, [Appellant 1] en Strategos B.V., een lastercampagne zouden staken. Appellanten verschenen niet bij de kortgedingzitting, waarna verstek werd verleend en de vorderingen grotendeels toegewezen. Appellanten kwamen in verzet tegen het verstekvonnis, maar werden door de voorzieningenrechter niet-ontvankelijk verklaard vanwege het niet tijdig indienen van het verzet.
De voorzieningenrechter baseerde dit oordeel op het feit dat [Appellant 1] het verstekvonnis op 10 april 2006 aan zijn advocaat had overhandigd in het kader van het verzoek om juridische bijstand, wat volgens art. 143 Rv Pro impliceert dat hij bekend was met het vonnis. Appellanten stelden echter dat deze daad niet noodzakelijkerwijs betekende dat zij daadwerkelijk bekend waren met de inhoud van het vonnis, omdat het overhandigen van een stapel stukken zonder specifieke kennis van de inhoud niet voldoet aan de vereiste "daad van bekendheid".
Het hof oordeelt dat in het algemeen het overhandigen van het verstekvonnis aan de advocaat en het verzoek om juridische bijstand wel degelijk de vereiste bekendheid impliceert, behoudens bijzondere omstandigheden. Omdat appellanten dergelijke omstandigheden hebben aangevoerd, wordt hen de gelegenheid geboden deze te bewijzen. Tot die tijd wordt verdere beslissing aangehouden en wordt een getuigenverhoor gepland.
Dit arrest bevestigt de strikte toepassing van de verzetstermijn en de interpretatie van de daad van bekendheid, waarbij de rechter ruimte laat voor bewijs van uitzonderlijke situaties die tot een andere conclusie kunnen leiden.
Uitkomst: Appellanten worden toegelaten tot bewijslevering over bijzondere omstandigheden die de veronderstelde bekendheid met het verstekvonnis kunnen weerleggen; verdere beslissing wordt aangehouden.