ECLI:NL:GHSGR:2007:BB6674
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- A. Dupain
- A.H. de Wild
- A.E.A.M. van Waesberghe
- Rechtspraak.nl
Recht van overpad door verjaring en verplichting tot medewerking aan notariële akte
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of tussen partijen een recht van overpad bestond en of geïntimeerde gehouden was mee te werken aan het verlijden van een notariële akte tot vestiging van dit recht. Appellant gebruikte al jarenlang een voetpad over het perceel van geïntimeerde als enige toegangsweg naar de openbare weg.
De rechtbank had geoordeeld dat geen recht van overpad door verjaring was ontstaan en wees de vorderingen van appellant af. In hoger beroep stelde appellant dat hij het pad te goeder trouw en onafgebroken gedurende tien jaar had gebruikt, waarmee het recht van overpad door verjaring was ontstaan.
Het hof oordeelde dat appellant redelijkerwijs mocht aannemen dat het recht van overpad bestond, mede gezien de verwijzing in de koopakte en de ligging van de percelen. Het niet opnemen van het recht in de notariële akte was een nalatigheid van de notaris. Gezien het gebruik van het pad vanaf 1992 was het recht van overpad door verjaring ontstaan. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, wees de primaire vordering van appellant toe en veroordeelde geïntimeerde tot medewerking aan het verlijden van een notariële akte waarin het recht van overpad wordt gevestigd.
Uitkomst: Het hof verklaart dat door verjaring een recht van overpad is ontstaan en veroordeelt geïntimeerde tot medewerking aan het verlijden van een notariële akte tot vestiging van dit recht.