ECLI:NL:GHSGR:2007:BB7840
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Mink
- Pannekoek-Dubois
- Mos-Verstraten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot teruggeleiding minderjarige naar Australië wegens toestemming verblijfplaatswijziging
In deze zaak stond de teruggeleiding van een minderjarige naar haar gewone verblijfplaats in Australië centraal, dan wel de afgifte aan de vader. De moeder had de minderjarige in Nederland gebracht zonder toestemming van de Australische rechter. Het hof oordeelde dat de aangezochte rechter niet zonder meer gebonden is aan de uitleg van het buitenlandse recht, maar zelfstandig moet beoordelen of aan de voorwaarden voor teruggeleiding is voldaan.
De vader had met een rechterlijk bekrachtigde Parenting Order uit 2005 ondubbelzinnig toestemming gegeven voor wijziging van de verblijfplaats van de minderjarige. Daarmee had hij afstand gedaan van zijn gezagsrecht om over de verblijfplaats te beslissen. Het hof concludeerde dat de moeder de minderjarige niet ongeoorloofd had overgebracht in de zin van artikel 3 van Pro het Haags Kinderontvoeringsverdrag (HKOV).
De Centrale Autoriteit en de vader hadden het verzoek tot teruggeleiding ingediend, maar het hof vernietigde de bestreden beschikking van de rechtbank Middelburg en wees het verzoek af. De overige grieven van de moeder behoefden geen bespreking meer. De minderjarige blijft derhalve in Nederland verblijven.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot onmiddellijke teruggeleiding van de minderjarige naar Australië af wegens toestemming van de vader voor wijziging van de verblijfplaats.